11. LOSMIDDELEN

Een stap die nooit overgeslagen mag worden bij het fusen is het bepalen van de ondergrond waar het glas op komt te liggen. De bodem van een fusingoven bestaat vrijwel altijd uit ovenstenen, die alleen al vanwege de naden niet geschikt is als ondergrond om op te fusen. Daarom begin je altijd met het
bepalen wat je op de bodem gaat leggen. Je hebt hierin een aantal keuzes:

  1. Een keramische ovenplaat
  2. keramisch vilt of papier
  3. losmiddel in de vorm van poeder

 

Een keramische ovenplaat wordt vaak gebruikt als de onderkant van een werkstuk mooi glad moet worden. maar is in feite alleen nog maar een vervanger van de onregelmatige ovenbodem. De plaat is niet geschikt om het glas direct op te leggen. De losmiddelen die we hierna gaan beschrijven zijn derhalve geschikt om zowel op de bodem van de oven als op een ovenplaat te gebruiken.

 

Het gebruik van losmiddelen heeft 2 doelen:

  1. het glas mag niet vastplakken op de ondergrond
  2. de ondergrond bepaalt de structuur van het
    resultaat

Vanuit technisch oogpunt is de eerste reden het belangrijkst. Je wilt nu eenmaal niet dat je glazen werkstuk aan de bodem van je oven of ovenplaat blijft plakken want dan heb je een niet mis te verstaan probleem! Daarom moet er een losmiddel ofwel scheidingsmiddel gebruikt worden om het glas te scheiden van die bodem. De meest gebruikte middelen zijn de volgende:

 

Losmiddel in poedervorm is het meest gebruikte scheidingsmiddel en wordt verkocht onder de
benamingen “shelf primer”(UK), “Trennmittel”(DU) of “Separatore (It). Dit poeder kun je met een theezeefje of zeefbusje gelijkmatig op de bodem

 

 

 

of ovenplaat strooien. Als het hele oppervlak lichtjes is bedekt, zal het glas niet vastsmelten aan de ondergrond. Op deze manier is het een eenmalige toepassing.

Wil je iets langer van het losmiddel profiteren en een gladder oppervlak maken, dan zul je een ovenplaat moeten insmeren en inbranden met een oplossing van losmiddel met water. Dit klinkt eenvoudig maar vergt toch wel de nodige zorgvuldigheid. Verwarm de ovenplaat (in de fusingoven) eerst voor op 100 graden. Doe een hoeveel water in een kom, en meng er een aantal scheppen losmiddel door (verhouding ongeveer 1-5). Goed mixen tot er geen klontjes meer in zitten. Haal de ovenplaat uit de oven en smeer met een brede, zachte kwast de vloeistof op de plaat. Je zult merken dat het razendsnel opdroogt, waardoor het lastig is om een streeploze verdeling te maken. Het beste kun je 4 laagjes na elkaar opbrengen, die je steeds in klok-volgorde met de kwast aanbrengt. Door de plaat voor te verwarmen, versmelten de poederdeeltjes beter met het water, waardoor je een gladder oppervlak krijgt. Laat de plaat eerst drogen voordat je hem in de oven gaat inbranden.

 

Een alternatief dat een beter resultaat geeft is het gebruik van een drukspuit in plaats van een kwast. Als je een compressor met spuitmogelijkheden hebt, kun je hiermee een nóg gelijkmatiger resultaat
bereiken. Overigens is losmiddel bij het gebruik van een keramische bodemplaat niet alleen bedoeld om het glas niet vast te laten plakken maar het voorkomt ook dat het glas breekt. Immers, de uitzettings­coëfficient van keramiek is kleiner dan die van glas, dus het glas zou kunnen barsten als het plaatselijk vast op de ovenplaat komt te zitten!

 

 


[ foto aanbrengen schijdings middel 1101 ]

 

 

 

 

 

 

 

[ foto aanbrengen schijdings middel 1102 ]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

[ foto aanbrengen schijdings middel 1103 ]

 

 

 

 

 

 

 

 

[ foto aanbrengen schijdings middel 1104 ]

 

 

 

 

 

[ foto aanbrengen schijdings middel 1105 ]

 

 

 

 

 

 

 

 

[ foto aanbrengen schijdings middel 1106 ]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

[ foto aanbrengen schijdings middel 1107 ]

 

 

 

 

 

 

 

 

[ foto aanbrengen schijdings middel 1108 ]

 

 

 

Als je op deze manier een ovenplaat hebt behandeld, gaat dat “beschermlaagje” meestal enkele stoken mee, afhankelijk van de dikte van de laag en de hoogte van de stooktemperaturen. Zodra het laagje begint af te brokkelen, moet de plaat helemaal worden schoongemaakt (wat het beste gaat met een verfkrabber) en de hele exercitie moet opnieuw worden uitgevoerd. Reparatie van barstjes en verdwenen stukjes haalt vrijwel nooit iets uit, omdat je geen mooi vlak oppervlak meer krijgt.

Belangrijk: Losmiddel in poedervorm stuift erg makkelijk op en kan daardoor makkelijk worden ingeademd, wat niet echt goed voor je longen is. Gebruik daarom tijdens het werken met dit poeder altijd een fijnstofmasker!

[ foto stofmasker 1109 ]

 

 

 

 

 

Naast deze technische noodzaak is het cosmetisch effect ook een factor die de keuze van je losmiddel of de wijze waarop je het aanbrengt, zal bepalen. Daarom zijn er nog een aantal andere interessante opties.

 

Ovenpapier ofwel “thin fire paper”. Dit is geen
gewoon ovenpapier zoals in een keukenoven gebruikt wordt, maar speciaal voor glasfusing gemaakt papier, dat onder een glaswerkstuk gelegd kan worden. Het is een gladde papiersoort (afhankelijk van het merk kan dat nogal verschillen, Bullseye levert het gladste papier) bedoeld voor eenmalig gebruik. Hiermee bescherm je de oven- of bodemplaat niet alleen tegen het vastplakken van je werkstuk maar geef je de onderkant van je werkstuk ook meteen een mooie, gladde structuur. Een nadeel is wel dat dit vrij prijzig materiaal is. Je kunt een stuk ovenpapier uitknippen in de vorm van je glaswerkstuk, rekening houdend met de uitzetting van het glas, dus knip het een paar centimeter groter dan het koude glas. Het papier zal tijdens het stoken een onaangename geur verspreiden dus zorg tijdens het stoken goed voor de nodige ventilatie van je atelier.

 

Keramisch ovenvilt is een soort dik papier dat zowel als losmiddel gebruikt kan worden maar ook als malmateriaal (zie hoofdstuk 12) Als losmiddel bij fusing op hoge temperaturen heeft dit materiaal wel de neiging om enigszins aan het glas te blijven hangen waardoor het kan beschadigen als je het glas eraf neemt na het stoken. In dat geval is het een vrij duur verbruiksmateriaal. Bij slumpen is de temperatuur niet zo hoog dus bestaat dit probleem niet. Dit “plakken” komt bij opaak glas vaker voor dan bij transparanten. Om het plakken te voorkomen kun je het vilt lichtjes bepoederen met losmiddel of zelfs insmeren met vloeibaar losmiddel, zoals je ook ovenplaten behandelt. Het oppervlak van het vilt wordt daardoor ook wat harder en gladder. Overigens kun je volledig opaak glas altijd het beste op het speciale ovenpapier fusen, dat geeft het beste resultaat. Een volgende mogelijkheid is om een bodem te creëren die uit 2 laagjes bestaat: eerst een dikker ovenvilt van bijvoorbeeld 3 mm dik, daarbovenop een ovenvilt van 1 mm dik. Als het glas dan het vilt beschadigt, hoef je alleen het bovenste laagje te vervangen, wat een stuk voordeliger is dan steeds het dikkere vilt te moeten vervangen.

Vergeet niet om ovenvilt altijd vóór ingebruikname uit te branden op 650°C. Keramisch ovenvilt is slecht voor je gezondheid (inwendig) dus zorg dat je na gebruik je handen wast en eventueel een fijnstofmasker draagt. De eerste keer dat dit vilt in de oven gestookt wordt, zal het een behoorlijke stank geven. Dat is normaal maar zorg ook hier weer voor goede ventilatie van de werkomgeving.

[ foto thin fire paper 1110 ]

 

 

Keramisch vilt en ovenpapier is in verschillende dikten verkrijgbaar

[ foto stofmasker 1111 ]

 

 

 

 

 

 

Ceraboard of “fibreboard” is in feite een brandvrij isolatiemateriaal en lijkt een beetje op zachtboard. Het is in diverse diktes verkrijgbaar en kan als lossende ondergrond worden gebruikt. De structuur is vrij grof en het is een poreus materiaal, wat betekent dat er makkelijk restjes van achterblijven in de oven. Ceraboard wordt meer gebruikt als malmateriaal bij het slumpen, meer hierover in hoofdstuk 12.

 

Fibrefrax is ook een soort isolatiemateriaal maar veel zachter en flexibeler dan ceraboard. Het is in diverse diktes verkrijgbaar en kan als lossende ondergrond worden gebruikt, hoewel de structuur erg grof is. Ook fibrefrax wordt vooral als malmateriaal gebruikt.

 

Bedenk dat glas, wanneer het verhit wordt tot fusing­-temperaturen, ook altijd aan de onderkant smelt en de structuur overneemt van datgene wat eronder ligt. Mooi, egaal glas zal na het fusen altijd minder glad en minder transparant zijn dan vóór het fusen. Geen enkele vorm van bodembedekking kan het glas helemaal egaal en helder krijgen. Elke bodembedekking – ook het speciale thin fire pa­per – heeft een reliëf wat direct door het hete glas wordt overgenomen. Na afkoeling is het glas ruwer van opper­vlak. Lichtstralen kunnen niet meer in een rechte lijn door het glas, maar worden door dit reliëf steeds in andere hoeken geleid, waardoor onze ogen dit ervaren als “minder transparant”.

 

Helder glas wordt minder transparant door reliëfvorming