9. INSLUITEN VAN MATERIALEN
Glas laat zich in de oven makkelijk samensmelten met ander materialen, maar natuurlijk is niet alles geschikt om hiervoor te gebruiken. Een goed advies is dan ook om veel dingen uit te proberen en de hoeveelheid insluitmateriaal altijd beperkt te houden. De keuze van materialen is best uitgebreid en de resultaten evenzo verschillend. Kunstenaars maken veelvuldig gebruik van bladgoud en bladzilver, lusters (edelmetalen en poeders van edelmetalen) en speciale preparaten die voor glaskunstenaars en keramisten te koop worden aangeboden. Maar ook met goedkope, alledaagse materialen kunnen leuke resultaten worden bereikt. Denk bijvoorbeeld aan aluminiumfolie, koperfolie, koperdraad, ijzerdraad, staalwol etc.
Feitelijk is alles bruikbaar wat niet volledig verbrandt, al zal het resultaat wellicht niet altijd zijn wat je ervan verwachtte. Sommige plantenbladeren blijken zelfs geschikt te zijn om op lage temperaturen in te sluiten, dus aarzel niet om van alles uit te proberen! Het is dus eigenlijk een kwestie van experimenteren, waarbij je je wel moet realiseren dat veel andere materialen –vooral metalen – een andere uitzettingscoëfficient hebben dan glas. Dat betekent dat er bij insluiting van “vreemd” materiaal altijd een grotere kans is dat je spanning in het werkstuk krijgt en het werk kan breken. Beperk de hoeveelheid in te sluiten materialen dus zodanig dat het glas voldoende eigen ruimte overhoudt, om spanning in glas te voorkomen. Hoe meer ervaring je daarin hebt, hoe verder je experimenten in de toekomst zullen gaan en het is zeker altijd boeiend om uit te vinden wat de mogelijkheden zijn.
[ foto glaskunst 901 ]
Ingesloten aluminiumfolie,metaalpoeders en ijzerdraadjes
[ foto glaskunst 902 ]
[ foto glaskunst 903 ]
[ foto glaskunst 904 ]
Ook is het belangrijk om te beseffen dat het insluiten van materialen altijd kans op luchtinsluiting geeft. Dit kan natuurlijk een beoogd doel zijn, maar hoe groter en ongelijkmatiger het ingesloten materiaal is, hoe minder controle je hebt over de luchtbellen die zullen ontstaan. Bedenk dat, als het glas zachter wordt in de oven, het glas eerst gaat buigen alvorens het samensmelt. Glas is een slechte warmtegeleider, waardoor de buitenste randen van je werkstuk eerder warm zijn en dus ook eerder zullen inzakken dan het midden. Dus wanneer je het insluitmateriaal in het midden legt en de buitenranden zakken als eerste in, dan kan de lucht die in het midden zit, niet meer ontsnappen en zullen er flinke luchtbellen ontstaan. Zorg dus voor een constructie waarbij je rekening houdt met dit gegeven. Verspreidt het in te sluiten materiaal zodanig dat de lucht kan ontsnappen. Eventueel kun je bijvoorbeeld aan de zijkanten extra stukjes glas tussen de lagen leggen, die voorkomen dat de buitenranden als eerste dichtsmelten. Bij metaaldraden bijvoorbeeld kun je het draad deels laten uitsteken, zodat het metaal als het ware een open verbinding in stand houdt tijdens het verwarmingsproces. Als de hoogste temperatuur bereikt is, zal die verbinding uiteindelijk ook dichtsmelten, maar hopelijk is dan alle lucht uit het midden al ontsnapt.
Met verfstoffen kun je ook schitterende decoraties maken. Met verf bedoelen we een speciale loodvrije verf in poedervorm, die officieel geschikt is voor temperaturen tot rond de 800°C. De verf kan met water worden aangemaakt en met kwastjes (of zelfs vingers!) op glas worden aangebracht, ofwel met een airbrush-spuitje worden opgespoten. Voor gebruik tussen glas laat het zich ook makkelijk strooien met een theezeefje. Per kleur verschilt echter het effect, sommige kleuren vervagen al op veel lagere temperaturen en sommige kleuren kunnen ook op hogere temperatuur gestookt worden, dus ook dit is weer een kwestie van testen en experimenteren. Deze verf kan zowel tússen glas als óp glas worden gebruikt.
Luchtkamers door insluitmateriaal
[ foto glaskunst 905 ]
De lucht kan ontsnappen via het metaal
[ foto glaskunst 906 ]
Verfpoeder gestrooid
[ foto glaskunst 907 ]
Verfpoeder met water aangemaakt
[ foto glaskunst 908 ]
Ook de verf die normaliter voor brandschilderen wordt gebruikt, kan bij het fusen worden gebruikt. Bij die laatste soort moet je wel bedenken dat de kleuren dan vaak bleker worden of zelfs bijna helemaal verdwijnen, omdat deze verf niet bedoeld is voor de hogere temperaturen die bij fusing worden gebruikt. Er zijn zowel dekkende als transparante verven te koop.
Een belangrijke regel voor de aanmaak van verfpoeders is altijd: voor toepassing op de bovenzijde kan water of een medium (dunne lijmsoort) worden gebruikt. Voor insluiting mag je de verf alleen aanmaken met water, want lijmsoorten laten meestal zwarte verbrandingsresten achter wat niet tussen de glasdelen uit kan ontsnappen. De stelregel voor het gebruik van verfpoeders is dus: TUSSEN glas met water – OP glas met water of medium
“Vingerverf” tussen 2 glasplaatjes
[ foto glaskunst 909 ]
En natuurlijk is daar weer de uitzondering die de regel bevestigt; onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk om lijm tussen 2 delen glas te doen. Als je een werkstuk uit veel losse delen moet opbouwen en het daarna nog naar de oven moet transporteren, is de kans groot dat de delen niet goed blijven liggen. Om chaos en irritatie te voorkomen kun je de verschillende delen aan elkaar lijmen, mits de lijm uitsluitend aan de buitenste randjes zit. Want dan kunnen de verbrandingsresten nog ontsnappen en vervliegen.
Lijm tussen glas mag alleen op de randjes
[ foto glaskunst 910 ]
Gebruik hiervoor uitsluitend onschuldige lijmsoorten zoals hobbylijm of behangplaksel en je zult er geen hinder van ondervinden. Bullseye heeft er ook een speciale lijm voor in de handel gebracht. De lijm wordt tussen ongeveer 100 en 400 graden volledig weggestookt en als je geen hardnekkige lijmsoort gebruikt zullen ook eventuele restjes die aan de bovenkant van het glas zitten, geen vlekken nalaten. Behangplaksel geeft je, omdat het zo dun en waterig is, dus zelfs de mogelijkheid om glaskorrels (fritten) boven op een werkstuk tijdelijk op hun plaats te houden. Gewoon een kwestie van het werkstuk insmeren met een kwastje, glaskorrels erop strooien en 20 minuten laten drogen.
Ook zijn er voor glasfusing speciale verven te koop in verschillende kleuren met luchtbellen-effect. Het is een poeder waar een gasvormende stof aan is toegevoegd en dit poeder kan prima tussen 2 laagjes glas worden gestrooid. Het is wel belangrijk dat het poeder heel gelijkmatig wordt verdeeld, anders ontstaat er een variatie van enerzijds extreem grote luchtbellen (meestal verzamelt de lucht zich weer in het midden van een werkstuk) en hele kleintjes daaromheen.
Ook met gewoon bakpoeder kun je luchtbellen creëren, echter het is wel lastig om daarmee een gelijkmatige verdeling van de luchtbellen te krijgen. Voor beide methoden geldt dat, hoe hoger de temperatuur, hoe groter de luchtbellen.
Overigens is té hoog stoken ook een manier om juist van ongewenste luchtbellen af te komen: lucht in glas werkt hetzelfde als in water; uiteindelijk komt een luchtbel altijd naar boven om te ontsnappen. Als je erg lang een extreem hoge temperatuur aanhoudt, zal het glas weer mooi egaal smelten na deze
[ foto glaskunst 911 ]
“ontsnapping”. Dit is echter nogal theoretisch, omdat je meestal pas ná het stoken kunt constateren dat je ongewenste of te grote luchtbellen hebt gekregen. Extreem grote luchtbellen kun je na afkoeling stukprikken (of boren) en dan nogmaals op hoge temperatuur fusen om je resultaat te corrigeren.
Anderzijds kan het ook voorkomen dat je bewust luchtbellen volgens een bepaald patroon in je werkstuk wilt creëren. In dat geval moet je strategisch te werk gaan en luchtkamertjes inbouwen. Dit kan bijvoorbeeld door stukjes glas zodanig neer te leggen dat de ruimte ertussen een afgesloten vakje wordt, met een groter stuk glas daar overheen. Of sluit bijvoorbeeld tussen 2 glasplaten een strookje of stukje glas, waarin een gat is geboord. Er zal zich een luchtbelletje vormen dat exact op het boorgat blijft hangen.
[ foto glaskunst 912 ]